IVAM Nieuwsbrief 2 - mei 2008

 

DPL voor het Cascadepark in Almere Poort

De gemeente Almere heeft ervoor gekozen om duurzaamheid zoveel mogelijk op te nemen in het beleid. Zo heeft Almere besloten dat in het nieuwe stadspark Cascadepark van Almere Poort duurzaamheid in al zijn facetten tot uitdrukking moet komen. De gemeente heeft IVAM gevraagd met het DPL instrument (DuurzaamheidsProfiel van een Locatie) een scan uit te voeren naar de duurzame prestatie van het voorlopig plan. Het resultaat van de scan was een gemiddelde prestatie van 6,8. Dat vond de gemeente niet voldoende. Met behulp van de kansen uit het DuurzaamheidsKansenKompas zijn extra duurzame maatregelen geselecteerd. Bij uitvoering van deze maatregelen haalt Cascadepark West naar verwachting een gemiddelde totale score van tussen de 7,5 en 8,2. De marge geeft aan dat voor een aantal aspecten de exacte score nog niet te bepalen is. Dit is voor Nederlandse begrippen een zeer goede score.Het resultaat van de scan op duurzaamheid is weergegeven in het DPL profiel in de bijlage. De groene balk geeft de ambitiewaarden weer, de blauwe balk de verwachte te realiseren score opbasis van het aangepaste stedenbouwkundige plan. Meer informatie:
Jaap Kortman, 020-525 59 18.


Nanotechnologie

IVAM is projectleider van het Europese project NanoCap, dat werkt aan de capaciteitsopbouw op het gebied van nanotechnologie. Het heeft als doel milieuorganisaties en vakbonden te ondersteunen bij het formuleren van een standpunt in het maatschappelijk debat rondom nanotechnologie. Mogelijke schadelijke effecten van de diverse toepassingen op het gebied van nanotechnologie voor mens en milieu en de daarbij behorende ethische kwesties staan hierbij centraal. Tevens wordt een kritische blik geworpen op de geclaimde kansen die aan de zich snel ontwikkelende nanotechnologie worden toegeschreven. Van het grootste belang is in eerste instantie een heldere communicatie over de positie van de nanotechnologie, en in het bijzonder die van risicovolle nanodeeltjes binnen de bestaande regelgeving. Vrijwillige Codes of Conduct mogen geen vrijbrief worden om voorlopig nog maar geen maatregelen te nemen. Daarom, mede vanwege de vooralsnog bestaande leemtes in kennis, dient het voorzorgsprincipe op een heldere en, voor zowel de producent als de gebruiker van nanomaterialen, hanteerbare wijze te worden geoperationaliseerd.

Een korte samenvatting van de bereikte doelen in de eerste 1,5 jaar binnen het Nanocap project kunt u hier vinden. Meer informatie:
Pieter van Broekhuizen, 020-525 63 24.


Biologisch afbreekbare smeermiddelen in de binnenvaart


Via het programma Binnenvaart en Vaarwegen van het DG Transport en Luchtvaart (DG T&C) van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (V&W ) is IVAM gevraagd ondersteuning te bieden bij het verwerven van inzicht in de beschikbaarheid van biologisch afbreekbare smeermiddelen voor de binnenvaart, de tendensen in het gebruik en in de mogelijkheden waarmee het gebruik van biologisch afbreekbare smeermiddelen in de binnenvaart gestimuleerd kunnen worden. In een Convenant met enkele branchepartijen in de binnenvaart is afgesproken dat het DG T&C onderzoek zou laten verrichten naar het gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en benzeen in biologisch afbreekbare smeermiddelen. Met het onderzoek is inzicht verkregen in het gehalte aan PAK en benzeen van biologisch afbreekbare smeermiddelen door informatie te verzamelen onder marktpartijen die bij de levering, toepassing en registratie van smeermiddelen betrokken zijn. Er zijn enkele biologisch afbreekbare smeervetten verzameld en geanalyseerd op de gehalten aan 19 PAK's, benzeen en enkele benzeenderivaten (BTEX). Het onderzoeksrapport geeft inzicht in de beschikbaarheid en het gebruik van biologisch afbreekbare smeermiddelen in de binnenvaart en formuleert aanbevelingen om het gebruik van biologisch afbreekbare smeermiddelen te stimuleren. Meer informatie:
Ckees van Oijen, 020-525 62 32


Duurzaam inkopen brandblusmiddelen

De Rijksoverheid heeft de ambitie om in 2010 bij 100% van haar inkopen duurzaamheid mee te nemen; voor provincies en waterschappen is dit 50%. De gemeenten streven naar 75% in 2010 en 100% in 2015. IVAM ondersteunt diverse bedrijven en overheden op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaam inkopen. Recentelijk heeft IVAM in opdracht van Stichting MilieuKeur (SMK) en SenterNovem criteria geformuleerd voor het duurzaam inkopen van brandblusmiddelen en uitrusting. IVAM besteedt bij het vaststellen van duurzaam inkopen criteria integraal aandacht aan de aspecten Mens, Milieu en Economie, omdat wij van mening zijn dat het begrip duurzaamheid integraal benaderd dient te worden. Ten opzichte van het bestaande certificatieschema van SMK zijn de eisen voor het gehalte aan milieugevaarlijke stoffen op enkele punten nader gespecificeerd of aangescherpt. Daarnaast zijn er wensen geformuleerd om verbeteringen van de milieuprestatie en sociale- en arbeidsomstandigheden in de productieketen van blusmiddelen te stimuleren. Om marktinnovaties te stimuleren zijn er wensen geformuleerd voor: (indien dit verantwoord is) het gebruik van water uit natblussers (of slanghaspels); de toepassing van drukhouder en additieven in aparte patronen in het blusmiddel; en de aanscherping van het totale gehalte fluorverbindingen als additief in blusmiddelen. Meer informatie:
Ckees van Oijen, 020-525 62 32, of Ralf Cornelissen, 020-525 73 57.


Kaderrichtlijn water

De Europese KaderRichtlijn Water heeft als doelstelling dat de emissies van prioritaire stoffen naar verschillende waterlichamen voor 2027 afgenomen moet zijn. Om deze KaderRichtlijn nader uit te werken heeft IVAM in opdracht van Rijkswaterstaat RIKZ/RIZA van het ministerie van Verkeer en Waterstaat factsheets voor twee prioritaire stoffen ontwikkeld. Deze beschrijven de emissie van Nonylfenol (NP) en Octylfenol (OP) tussen 1990 en 2027 naar de zoute en brakke wateren van Nederland als gevolg van activiteiten binnen de zeescheepvaart, de visserij en offshore activiteiten. NP en OP worden vrijwel uitsluitend gevormd door afbraak van hun overeenkomstige ethoxylaten en mogelijke ethoxylaat harsen. De belangrijkste bronnen van NP naar het watermilieu zijn huishoudelijke en persoonlijke verzorgingsmiddelen. Bronnen voor OP zijn er nauwelijks binnen de voorgenoemde activiteiten, maar komen vooral van rivieren en atmosferische depositie. Op basis van de opgestelde factsheets is de verwachting dat de emissie van NP tot 2027 beduidend zal afnemen. Echter, door de internationale dimensie is wereldwijde regelgeving nodig om de emissie van NP geheel te laten afnemen. De situatie voor OP is complexer aangezien de bronnen onduidelijk en divers zijn. Meer informatie:
Hildo Krop, 020-525 65 69, of Fleur van Broekhuizen, 020-525 65 02.


KOMSt, het kennispunt stoffen voor ORSIMA

Na het kenniscentrum milieuvriendelijke smeermiddelen dat IVAM ontwikkelde voor de bouwdienst van Rijkswaterstaat (RWS) krijgt nu ook de sector industriële reiniging en scheepsonderhoud een eigen Kennispunt Omgaan Met Stoffen (KOMSt). Het KOMSt wordt opgezet door ORSIMA, de branche organisatie van de sector, als onderdeel van een breder kennispunt voor de branche (voor ondermeer fysieke belasting) en is bedoeld als informatief platform ter ondersteuning van een verantwoorde omgang met stoffen op de werkplek. Centraal binnen het kennispunt staat een vraagbaak waar werkgevers en werknemers uit de branche met concrete vragen over stoffen terecht kunnen. Vragen zullen worden doorgespeeld naar IVAM die deze vraagbaak inhoudelijk zal ondersteunen. Daarnaast zal via het kennispunt de informatie uit het Handboek Vuil ontsloten worden, dat in 2005 in een eerdere opdracht van ORSIMA door IVAM ontwikkeld is naar aanleiding van de vraag binnen de branche hoe zo verantwoord mogelijk om te gaan met (onbekende) stoffenrisico’s. Met het KOMSt geeft ORSIMA invulling aan de wens vanuit de branche voor structurele aandacht voor de gezondheidsrisico’s van stoffen op de werkplek. Het KOMSt zal nog voor de zomer gelanceerd worden en zal te vinden zijn op de website van ORSIMA, www.orsima.nl . Voor meer informatie:
Fleur van Broekhuizen, 020-525 65 02, of
Ckees van Oijen, 020-525 62 32.


De gemeente Amsterdam CO2 neutraal in 2015

De gemeente Amsterdam streeft er naar om in 2015 de gemeentelijke gebouwen CO2 neutraal te maken. Eén van de middelen daartoe is de zogenaamde Energiemonitor. Dit on-line monitorsysteem biedt gebouwbeheerders de mogelijkheid om op ieder gewenst moment inzicht te krijgen in het actuele en historische energieverbruik van het gebouw. De Energiemonitor wordt ondersteund met workshops, cursussen, campagnes en energierapporten waarin Ingenieursbureau Ebatech besparingstips geeft en feedback geeft over de verbruikcijfers. In opdracht van het Project Management Bureau (PMB) heeft IVAM de energiemonitor geëvalueerd op basis van een meta-analyse van de energierapporten en interviews met gebouwbeheerders. Er blijkt dat gebouwbeheerders de monitor als zeer nuttig ervaren omdat het snel en makkelijk inzicht geeft in het eigen verbruik. Dankzij de Energiemonitor komen gebouwbeheerders er achter dat buiten bedrijfstijden nog veel energie wordt verbruikt. Verbruik, dat soms vermeden kan worden. Toch draagt de Energiemonitor indicatief maar voor een paar procent bij aan de doelstelling. Voor een grotere energiebesparing zouden extra investeringen nodig zijn in energiebesparende maatregelen en toepassing van duurzame energie. Voor meer informatie:
Jan Uitzinger, 020-525 51 85.


Een nieuwe Masteropleiding Biodiversiteit en Natuur Bescherming in St. Petersburg

TEMPUS hoger onderwijs ontwikkelingsproject "ECODIV"
Sinds september 2005 draagt IVAM bij aan de ontwikkeling van een nieuwe Masteropleiding voor de Faculteit Biologie en Bodemwetenschappen van de Universiteit van St. Petersburg en andere universiteiten in Noordwest Rusland. Het curriculum omvat onderwerpen als aquatische- en terrestrische ecologie, biodiversiteit en milieumanagement. Experts betrokken in het project vertegenwoordigen hoger onderwijs instituten, regionale overheidsinstanties en maatschappelijke organisaties van o.a. noordwest Rusland, Finland, Frankrijk, Nederland, Polen, België en Zweden. De projectactiviteiten omvatten training van staf en studenten in St. Petersburg en EU partnerinstituten. Aan de slotconferentie in St. Petersburg van 24-26 april 2008, zullen de projectresultaten worden gepresenteerd. De nieuwe cursussen, waar de Bologna principes en geïntegreerde probleem- en maatschappelijk georiënteerde benaderingen worden toegepast, zullen ook het onderwijs aan andere faculteiten ondersteunen en zijn bedoeld voor kennisverspreiding onder andere universiteiten in Noordwest Rusland. Meer informatie:
Ckees van Oijen, 020-525 62 32.