IVAM Nieuwsbrief 2009 - 2

 

LCA voor deNOx-installatie Bio-energiecentrale

In de bio-energiecentrale (BEC) van HVC (Alkmaar) wordt houtafval verbrand, waarmee groene elektriciteit wordt opgewekt. Eén van de stappen in de rookgasreiniging van deze centrale is de deNOx-installatie, waarin stikstof-oxiden grotendeels verwijderd worden. In opdracht van HVC heeft IVAM door een Life Cycle Assessment (LCA) berekend in hoeverre de extra milieulast door energie- en chemicaliënverbruik in de deNOx opweegt tegen het milieuvoordeel door lagere uitstoot van NOx: is het middel erger dan de kwaal?
Hiervoor zijn 2 scenario’s vergeleken: de huidige situatie met de deNOx-installatie en een situatie zonder deNOx-reinigingsstap. Om een idee te krijgen hoe eventuele verschillen tussen de scenario’s zich verhouden tot de totale milieu-impact van de installatie, zijn energie- en chemicaliënverbruik en emissies van de gehele installatie zo volledig mogelijk meegenomen in de berekening.
De deNOx-installatie van de BEC bleek een kleine netto milieuwinst op te leveren ten opzichte van een installatie zonder deNOx. De reductie van emissies zorgt voor een iets groter milieuvoordeel dan de extra milieubelasting door energie- en chemicaliënverbruik.
Weliswaar zijn deze verschillen dermate klein dat overwogen kan worden of met het beschikbare budget andere aanpassingen mogelijk zijn die meer milieuwinst opleveren, zoals verhoging van de energieprestatie van de installatie.
 
Meer informatie: Niels Jonkers, tel. 020 525 6936 of
Harry van Ewijk, tel. 020 525 5819


Duurzaam ontwerpen in Utrecht Rijnenburg

In Utrecht worden plannen gemaakt voor de nieuwbouwwijk Rijnenburg, een groene en waterrijke woonwijk ten zuidwesten van de stad. Om duurzaamheid al in een vroeg stadium in het proces mee te nemen is, in samenwerking met de gemeente Utrecht, door IVAM en Mapsup een nieuw instrument ontwikkeld voor duurzaam tekenen en rekenen aan gebiedsontwikkeling. Op een digitale tafel worden (GIS)-kaarten ingelezen van het te ontwerpen gebied, waarop stedenbouwkundigen digitale schetsen kunnen maken. Niet alleen wegen en bebouwing kunnen worden ingetekend, maar bijvoorbeeld ook windmolens, bushaltes en geluidsschermen. Op grond van de schetsen worden onmiddellijk duurzaamheidsscores berekend volgens de methodiek van DPL. De effecten van ontwerpkeuzen op duurzaamheid worden zo direct inzichtelijk.
In Utrecht is het instrument ingezet om tijdens een aantal workshops de communicatie tussen stedenbouwkundigen, beleidsmakers en experts te bevorderen en de duurzaamheid van de ontwerpen te optimaliseren.

Meer informatie: Laura van der Noort, tel. 020 525 5912


SER congres Internationaal Verantwoord Ondernemen

Tijdens het SER congres Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) op 2 april 2009 heeft IVAM in samenwerking met het IDH de workshop ‘Samenwerken met lokale partners’ verzorgd. Het SER congres had tot doel om ondernemers te helpen hun IMVO-beleid vorm te geven. Vragen als ‘wat houdt internationaal MVO nu eigenlijk in en hoe pak je dit aan?’ en ‘wat zijn dan concrete knelpunten in bedrijfsvoering, contacten met leveranciers en rapportage?’ stonden centraal tijdens deze dag.
In het eerste deel van de workshop werd door IDH een concrete case op het gebied van natuursteen toegelicht. Hierin werd duidelijk hoe concrete verbeteringen op sociaal, ecologisch en economisch terrein in de winning en verwerking van natuursteen zijn te realiseren.
Het tweede gedeelte van de workshop werd verzorgd door IVAM, waarbij werd ingegaan op een textielproject in China. Frans Verspeek legde uit hoe IVAM in samenwerking met de Shandong Universiteit en het ‘China National Textile and Apparel Council’ lokale textiel bedrijven heeft getraind. Tijdens de trainingen werd niet alleen informatie gegeven over relevante MVO issues in de textiel sector, maar werden ook concrete tools aangereikt om verbeteringen te implementeren. Verder zijn zogehete Business Circles opgezet om te stimuleren dat bedrijven kennis uitwisselen en van elkaar leren.
De workshop werd afgesloten met een vijftal discussiepunten vanuit de zaal. Het belang van een ‘tailor made’ aanpak (in tegenstelling tot checklisten) en het betrekken van meerdere stakeholders werd hierbij benadrukt. In totaal waren er ruim 60 deelnemers bij deze praktische workshop aanwezig.

Klik hier om de presentatie van Frans Verspeek te downloaden.

Meer informatie: Jaap van der Meer, tel. 020 525 5295


Werken en leven met nanotechnologieën

Op 2 april 2009 werd in Brussel de conferentie “Working and Living with Nanotechnologies; Trade Union and NGO positions” georganiseerd door het NanoCap consortium in samenwerking met STOA en het Europees Parlement .
NanoCap begeleidt Europese vakbonden en milieuorganisaties bij de vorming hun standpunt over het gebruik van nanotechnologieën en bij hun deelname aan het publieke debat over voordelen, risico’s en ethische vraagstukken rondom het gebruik van nanotechnologie. Tijdens de conferentie presenteerden de Europese Vakbonden en milieu-NGO’s hun standpunten en visie op nanotechnologieën op de werkvloer en het milieu. Paneldiscussies waren gericht op mogelijkheden voor Europees beleid en prioriteiten voor een maatschappelijk verantwoorde ontwikkeling van nanotechnologieën, vooral ten aanzien van de veiligheid voor het milieu en de werkplek. Gewenste maatregelen waarmee het voorzorgsbeginsel en het REACH principe “no data - no market” (c.q. no exposure) kan worden geoperationaliseerd zijn onder andere:

  • Notificatie van het nano-product door producenten en leveranciers door opgave van type en hoeveelheden nano-deeltjes in het product zowel bij een onafhankelijke organisatie, als aan de gebruiker van het product door de productie keten;
  • Blootstellingsregistratie voor de werkplek voor nano-vezels en CMR–nano-materialen vergelijkbaar met de registratie zoals die ook geldt voor kankerverwekkende stoffen;
  • Transparante risico communicatie door informatievoorziening op de productveiligheidsbladen over bekende nano-risico’s, beheersing en kennislacunes, zowel als door een Chemical Safety Report (REACH) voor stoffen >1 ton/jaar/bedrijf te eisen;
  • Afleiden van nano-OELs, nano referentie waarden voor nano-deeltjes, wat voor een aantal nanodeeltjes al haalbaar zou moeten zijn.

Zoals enkele keynote speakers concludeerden: Een gedegen regelgeving is nodig om de mogelijke risico’s verbonden aan nanotechnologie te beheersen. Regelgeving ten aanzien van nanodeeltjes moet worden bezien in het kader van REACH.

Meer informatie over de NanoCap partners, activiteiten en position statements is beschikbaar op www.nanocap.eu.
Contact: Pieter van Broekhuizen, tel. 020 525 6324


DPL wordt criterium voor duurzaam inkopen

Overheden moeten vanaf 2010 producten en diensten gaan inkopen die voldoen aan de duurzaam inkopen criteria zoals opgesteld door SenterNovem. Een van de productgroepen waarvoor dit geldt is het ‘Stedenbouwkundig ontwerp’. De criteria voor het duurzaam inkopen van deze productgroep zijn in april 2009 door SenterNovem vastgesteld. Het instrument DPL (Duurzaamheids Profiel van een Locatie) is tot nu toe het enige prestatie instrument dat hiervoor beschikbaar is. DPL is door SenterNovem opgenomen als contractbepaling voor deze productgroep. Dit betekent dat een opdrachtgever bij inschrijving op een stedenbouwkundig plan een DPL berekening kan vragen. De volledige criteria zijn te vinden op de website van SenterNovem

Meer informatie: Jaap Kortman, tel. 020 525 5918 of
Laura van der Noort, tel. 020 525 5912