IVAM Nieuwsbrief 2 - april 2010

 


Vreemde opmaak of geen afbeeldingen? Klik hier voor de online versie van deze nieuwsbrief



De wereld draait door met www.biosmeermiddelen.nl

Het gebruik van gangbare minerale smeermiddelen en hydraulische oliën kan bij verlies leiden tot verontreiniging van bodem en (grond)water, en vormt zo een bedreiging voor flora, fauna, en onze voedsel- en drinkwatervoorziening. Verliezen kunnen onder meer optreden bij toepassing in grondverzetmachines, tractoren, bosbouw- en baggermachines, kettingzagen, vaartuigen en voertuigen. Ook bij wegen, bruggen, sluizen, gemalen en beweegbare waterkeringen is het risico op vervuiling aanwezig. Door met name in kwetsbare gebieden biosmeermiddelen te gebruiken, kunnen grondverzetbedrijven, aannemers, kraanverhuurbedrijven, agrarische ondernemers en loonbedrijven maatschappelijk verantwoord ondernemen in praktijk brengen. Op basis van de ervaring met het Kenniscentrum Milieuvriendelijke Smeermiddelen -de intranetsite van Rijkswaterstaat- ontwikkelt IVAM een nieuwe, algemeen toegankelijke website samen met het Productschap Margarine, Vetten en Oliën die de site ook zal hosten. Met de lancering van deze website www.biosmeermiddelen.nl komt een schat aan informatie beschikbaar over toepassing van vetten en oliën die minder toxisch en beter biologisch afbreekbaar zijn dan producten op basis van minerale grondstoffen. De website geeft aanknopingspunten aan opdrachtgevers van gemeentewerken, waterschappen en landschapsbeheerders bij inkopen en aanbestedingen voor het formuleren van eisen aan aannemers en leveranciers. Zij kunnen daarmee duurzaam inkopen en ondernemen in praktijk brengen.

Meer informatie: Ckees van Oijen (020 525 6232) en Hildo Krop (020 525 6569)


Gezondheidsrisico’s nanotechnologie – houvast voor ondernemers en werknemers

Door een gebrek aan kennis over de schadelijke eigenschappen zijn voor nanodeeltjes nog geen gezondheidkundige grenswaarden voor de werkplek beschikbaar. Om het werken met nanodeeltjes toch mogelijk te maken, laat de overheid zogenaamde ‘nanoreferentiewaarden’ opstellen. Deze zijn op voorzorg gebaseerd, en bieden werkgevers en werknemers een handvat voor de beoordeling van mogelijke risico’s.

IVAM start in samenwerking met Industox Consult en de Universiteit van Twente een pilotproject, dat ervaring opdoet met de praktische toepasbaarheid van nanoreferentiewaarden in bedrijven. Tevens wordt een ‘Handreiking veilig werken met nanomaterialen’ ontwikkeld. Beide projecten zijn geïnitieerd door VNO-NCW, CNV en FNV, met steun van het Ministerie van SZW.

Handreiking en referentiewaarden geven werkgevers en werknemers houvast, en stellen hen in staat een risico-inschatting te maken als onderdeel van de verplichte RI&E. Bedrijven die nanomaterialen produceren of gebruiken kunnen deelnemen aan de projecten. Dit geeft hen de mogelijkheid om als een van de eersten ervaring op te doen in het vaststellen van een eventuele blootstelling aan nanodeeltjes, en met het vertalen van de blootstelling in mogelijke beheersmaatregelen. Bij deelname aan het project kunnen zij onder meer kosteloos enkele metingen laten uitvoeren.

Meer informatie: Pieter van Broekhuizen (020 525 6324)
Of download hier de leaflet.


Bij de les met energie

Streeft u er als gemeente naar om energieneutraal te worden? Of staat duurzaamheid hoog op uw agenda? Vaak valt door en met scholen al heel wat energie te besparen. Energiebesparing en duurzame energie zijn actuele en brede onderwerpen, die zich uitstekend lenen om op school te behandelen. Met onze kant en klare aanpak en lesmodules voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs, creëert u tegen lage kosten energiebewustzijn onder de jongeren en bespaart u vele tonnen CO2. Ook bij huishoudens die u anders moeilijk bereikt.
Meer informatie: Jan Uitzinger (tel. 020 525 5185)


BiodiverCity®, Biodiversiteit Prestatie van Stedelijk Gebied

Wereldwijd, en dus ook in Nederland gaan concentraties van menselijke activiteiten gepaard met een forse uitbreiding van het areaal stedelijk gebied. In het belang van biodiversiteit verdient natuur in de stad meer en structurele aandacht. Voor het aspect natuur in de stad (in het bijzonder: biodiversiteit) zijn behalve goede intenties echter geen richtinggevende kaders gesteld.

Er zijn instrumenten (zoals DPL) waarmee duurzaamheid in ruimtelijke ontwikkelingen meetbaar en bespreekbaar wordt gemaakt. In deze instrumenten is het aspect ‘biodiversiteit’ nog niet opgenomen. Voor de prestatie van biodiversiteit zijn nog geen indicatoren ontwikkeld die zowel praktisch hanteerbaar zijn als voldoende robuust zijn voor een oordeel over biodiversiteit. Door de biodiversiteit prestatie in beeld te brengen, daag je ontwerpers uit de plannen te verbeteren en meer ruimte te maken voor bepaalde diersoorten. Voor het SBIR programma van Agentschap NL hebben Bureau Waardenburg en IVAM een prestatie instrument voor biodiversiteit in woonwijken en bedrijventerreinen ontworpen. In een pilot zijn de eerste inzichten voor het instrument BiodiverCity ® toegepast in de gemeente Almere.

Meer informatie: Jaap Kortman (020 525 5918) en Ckees van Oijen (020 525 6232)


Milieuprestatie van onkruidbestrijding met hete lucht

De milieuprestatie van een nieuwe onkruidbestrijdingsmethode met behulp van hete lucht is door IVAM doorgerekend met de levenscyclusanalyse techniek (LCA). Door firma Donker zijn in 2009 met deze bestrijdingsmethode in een aantal wijken praktijktests op verhardingen gedaan, waarbij brandstofverbruik en kwaliteit van het resultaat gemonitord werden.
De LCA-berekeningen op basis van deze praktijktests zijn vervolgens vergeleken met andere onkruidbestrijdingtechnieken aan de hand van eerdere LCA-studies van IVAM, waaronder chemische bestrijding en borstelen. Met de LCA-techniek kunnen de verschillende milieueffecten zoals bijdrage aan het broeikaseffect door CO2-emissie en bijdrage aan ecotoxiciteit door emissie van herbicide naar oppervlaktewater worden vergeleken.
Hoewel het energieverbruik per wijk verschilt, blijkt de hete luchtmethode in alle gevallen een gunstig milieuprofiel te hebben in vergelijking met de andere onkruidbestrijdingsmethoden. In het meest ongunstige geval (de wijk met het hoogste brandstofverbruik) is de milieuscore vergelijkbaar met (de meest gunstige versie van) het scenario voor Duurzaam Onkruidbeheer (DOB, een combinatie van chemische bestrijding en andere technieken).

Meer informatie: Niels Jonkers (020 525 5080)


Allemaal één taal! Bepalen materiaalgebonden milieuprestatie gebouwen en GWW-werken

Materiaalgebruik speelt een steeds belangrijkere rol bij het terugdringen van de milieubelasting van gebouwen. Het Ministerie van VROM/WWI heeft samen met het Nederlands Verbond Toelevering Bouw (NVTB) en ontwikkelaars van verschillende bestaande instrumenten, waaronder IVAM, een methode ontwikkeld om milieueffecten van gebouwen en GWW-werken over de gehele levenscyclus zorgvuldig, eenduidig en controleerbaar te bepalen. De Bepalingsmethode materiaalgebonden milieuprestatie van gebouwen en GWW-werken bestaat uit een rekenmethode en één nationale database met daarin de (milieu)kenmerken van basismaterialen, processen en gebouwcomponenten. Met de bepalingsmethode zijn de milieueffecten van bouwmaterialen eenduidig te berekenen. Ontwerpers, toeleveranciers en opdrachtgevers spreken daardoor voortaan dezelfde taal.

De Stichting Bouwkwaliteit (SBK) zal de bepalingsmethode en de bijbehorende gegevens in de database actueel houden, zorgvuldig beheren, aan de juiste partijen (licentiehouders) ter beschikking stellen en de kwaliteit van methode en gegevens borgen. Op woensdag 14 april wordt tijdens Building Holland de methode officieel overhandigd aan de SBK.

Voor meer informatie: Harry van Ewijk (020 525 5080)


Cursus Werken met DPL

Om gebruikers van het instrument Duurzaamheidsprofiel van een Locatie (DPL) op weg te helpen, is IVAM gestart met het organiseren van de introductiecursus Werken met DPL. Aan de eerste cursussen namen medewerkers van verschillende gemeenten en adviesbureaus deel. Naast aandacht voor het inpassen van duurzaamheid bij gebiedsontwikkeling, kregen deelnemers praktische tips hoe te werken met DPL. Hun ervaringen waren positief: ‘inzicht in de mogelijkheden van het programma’, ‘zelf oefenen was nuttig en leerzaam’, ‘heldere uitleg’. Het gemiddelde oordeel over de cursus kwam uit op een 8. Bent u ook geïnteresseerd in deelname? De eerstvolgende cursus vindt plaats op donderdagochtend 10 juni 2010. Kosten zijn €350,- per persoon.

Voor uw aanmelding of meer informatie: Laura van der Noort (020 525 5912).


LCA-gebaseerde instrumenten in Duurzaam Inkopen criteria

Sinds 2010 wil de Rijksoverheid bij 100% van haar inkopen duurzaamheid laten meewegen. Om dit in praktijk te brengen zijn in opdracht van VROM en in samenwerking met overheden en marktpartijen duurzaamheidscriteria ontwikkeld voor een serie productgroepen.
In opdracht van Agentschap NL (voorheen SenterNovem) heeft IVAM onderzocht hoe Life Cycle Assessment (LCA) instrumenten kunnen bijdragen aan de toepassing van de richtlijnen voor deze criteria: gebruik maken van de Life Cycle Thinking benadering, voorkómen dat het ene milieueffect wordt verminderd terwijl een ander milieuprobleem gecreëerd wordt (shifting of burdens), en zorgen dat de criteria zo transparant en verifieerbaar mogelijk zijn. IVAM maakte een overzicht van de gebruikte literatuur in de criteriadocumenten en een karakterisatiematrix van bestaande LCA-gebaseerde en andere beoordelingsinstrumenten.
De studie liet zien dat op dit moment LCA-gebaseerde instrumenten slechts in een paar productgroepen gebruikt worden, alle op het gebied van gebouwen en kunstwerken. In een aantal andere complexe productgroepen zouden LCA-gebaseerde instrumenten zeer nuttig kunnen zijn om de duurzaamheid van producten of diensten te kwantificeren. Echter, buiten de bouwsector zijn er maar weinig van dit soort instrumenten beschikbaar. Voor minder complexe productgroepen kunnen andere instrumenten zoals ecolabels of certificaten meer nut hebben.

Meer informatie: Niels Jonkers (020 525 5080)